Ga omhoog

Het voordeel van een klein bureau zijn de korte lijnen en de grote betrokkenheid.

"Ontvlechten van een vergunning"

Twee verschillende chemische bedrijven die voorzieningen met elkaar delen en werken onder één milieuvergunning. Dat kan, en biedt voordelen. Maar wat doe je als één van de twee ermee stopt? Voor die vraag kwam Rütgers Resins in Uithoorn anderhalf jaar geleden te staan. Aan Sjoerd Vos als SHE-manager de taak om de ontvlechting vergunningtechnisch in goede banen te leiden. Rütgers Resins is producent van synthetische koolwaterstof harsen: halffabricaten die de producteigenschappen van andere producten verbeteren. “Alles wat strak op moet drogen en moet blijven plakken, daar zitten onze producten in”, verduidelijkt Vos. “Een hele bekende is het rode asfalt. Daar zit een coating op die mooi moet uitvloeien en goed moet blijven plakken. Daar worden onze lichtere harssoorten voor gebruikt. Onze producten zitten ook in epoxyvloeren, scheepscoatingen en zelfs drukinkt.”

Siamese tweeling

Tot vorig jaar waren op één terrein in Uithoorn twee bedrijven gevestigd. Koppers, dat beter bekend is onder de oude naam Cindu, en Rütgers Resins. De verwevenheid heeft een historische achtergrond, vertelt Vos. “Ons bedrijf in Uithoorn is van oorsprong een spin-off van Cindu. In het begin was het ook een joint-venture waarin Cindu een van de twee partijen was.” Langzaam zijn de banden met Koppers losser geworden. Eerst vervreemde het aandeelhouderschap en eind 2013 kondigde Koppers aan helemaal met de vestiging te stoppen. “Maar fysiek waren we nog met elkaar verbonden als een Siamese tweeling.” Wat te doen? Overnemen van de essentiële assets zat er voor het merendeel niet in. De installaties hadden een te grote capaciteit voor Rütgers Resins. Dus moesten er een nieuwe stoomketel en gaswasser komen en nieuwe voorzieningen voor stikstof en instrumentenlucht. “Met perslucht bedienen we de apparatuur, en stikstof gebruiken we om de ruimte bovenin de opslagtanks vrij te maken van zuurstof.”

Klappen van de zweep

“De vergunning die we hadden is nog steeds geldig, maar voor wat we wilden gaan bouwen moesten we een nieuwe aanvragen. Daarvoor hebben we Kuiper & Burger ingeschakeld en ze hebben het vrijwel uit onze handen genomen”, lacht Vos lovend. “Als eerste moesten we de gegevens aanleveren, maar daarna hebben ze op basis daarvan zelfstandig de hele procedure doorlopen. Natuurlijk bleef ik betrokken – en ik werd ook goed en op het juiste moment geïnformeerd –maar ik hoefde er niet tussen te zitten. Bijvoorbeeld als er vragen van het bevoegd gezag kwamen. Dan liep dat direct. Dat kon ook omdat Åsa Norrthon, de medewerkster van Kuiper & Burger die voor ons het project uitvoerde, een voormalig gemeenteambtenaar is. Zij kent het klappen van de zweep en kon bijvoorbeeld makkelijk schakelen met de omgevingsdienst.

Geen tijd te verliezen

Omdat Koppers medio 2014 de poorten al zou sluiten, was er eind 2013 geen tijd te verliezen. “We zijn eerst een maand of vijf bezig geweest met drie vergunningen voor tijdelijke voorzieningen. We wisten namelijk niet hoe lang Koppers de utilities voor ons in de lucht zou houden.” Uiteindelijk bleken de tijdelijke voorzieningen niet nodig en is voor de zomer van 2014 begonnen met de definitieve vergunningen. Dat traject is vlak voor de jaarwisseling helemaal afgesloten. “Over de gaswasser kwamen de meeste vragen binnen, want wij wilden de gassen niet meer verbranden zoals Koppers dat deed. Dan moet je natuurlijk wel binnen de Nederlandse emissierichtlijnen blijven. De vragen daarover hebben we in wat extra gesprekken met zowel de leverancier als Kuiper & Burger goed kunnen oplossen.”

Nog niet geklaard

Toch is het karwei nog niet helemaal klaar. Vos: “We hebben nu een lappendeken van één grote en een heleboel kleine vergunningen. Daarom gaan we kijken naar een revisievergunning, waarbij dan meteen het deel Koppers er uit wordt geschreven. Meer dan de helft van de processen in de vergunning waren namelijk van Koppers, en dat bestaat niet meer.” Dat Kuiper & Burger gevraagd wordt om ook voor dit project een aanbieding te maken, staat voor Vos wel vast. “Het voordeel van een klein bureau zijn de korte lijnen en de grote betrokkenheid. Bovendien heeft Norrthon door haar hoge mate van expertise ons in grote mate ontzorgd. Als er iets is, zit ze er meteen bovenop en probeert ze het op te lossen.”