Wat is de Seveso-richtlijn? Drempelwaarden, categorieën en gevolgen voor uw bedrijf
De Seveso-richtlijn geldt voor bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken en bepaalt welke veiligheidsmaatregelen zij moeten nemen. Voor HSEQ-managers en omgevingsmanagers is de centrale vraag meestal niet wat de richtlijn precies inhoudt, maar of het eigen bedrijf eronder valt en wat dat in de praktijk betekent. Dit artikel beantwoordt die vraag aan de hand van de drempelwaarden, de stofcategorieën en de verplichtingen die gelden zodra een bedrijf als Seveso-inrichting wordt aangemerkt.
Wat is de Seveso-richtlijn precies?
De Seveso-richtlijn is Europese regelgeving die bedrijven met een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen verplicht tot extra veiligheidsmaatregelen, met als doel zware ongevallen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te voorkomen. In Nederland was deze regelgeving tot 1 januari 2024 opgenomen in het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo), sinds die datum valt ze onder de Omgevingswet. Voor de volledige juridische achtergrond, de herkomst van de naam en de opbouw van Seveso I, II en III verwijzen we naar onze uitgebreide uitleg over de richtlijn. Voor dit artikel is vooral relevant hoe u vaststelt of uw eigen bedrijf onder deze regelgeving valt.
Wanneer valt uw bedrijf onder de Seveso-richtlijn?
Een bedrijf valt onder de Seveso-richtlijn zodra de hoeveelheid gevaarlijke stoffen op de locatie een vastgestelde drempelwaarde overschrijdt. Daarbij telt zowel de opgeslagen hoeveelheid als de hoeveelheid die aanwezig is in het productieproces zelf zoals in leidingen en installaties. Bijlage I van de richtlijn bevat per stofcategorie een lage en een hoge drempelwaarde; welke stofcategorie van toepassing is, hangt af van de gevaarseigenschappenvan de stof (bijvoorbeeld toxisch, ontvlambaar of milieugevaarlijk). Voor de drempelwaarde geldt dat hoe gevaarlijker de stof is, des te lager de drempelwaarden zijn. In de praktijk zien we vaak dat bedrijven de opgeslagen hoeveelheid wel meenemen, maar de hoeveelheid in het productieproces niet, terwijl beide meetellen voor de drempelwaarde.
Lage drempelwaarde
Bedrijven die alleen de lage drempelwaarde overschrijden, worden aangemerkt als lagedrempelinrichting. Zij moeten kunnen aantonen dat ze alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen hebben getroffen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Zij moeten dat vastleggen in een preventiebeleid zware ongevallen (PBZO) en een veiligheidsbeheersysteem (VBS). Het bevoegd gezag voert hierop periodiek inspecties uit, doorgaans jaarlijks, maar de frequentie kan afwijken op basis van het risicoprofiel van de locatie. Veel bedrijven laten ook onafhankelijke beoordelingen, zoals audits, uitvoeren, juist omdat een verkeerde inschatting van het risicoprofiel gevolgen heeft voor de inspectiefrequentie en de vergunning.
Hoge drempelwaarde
Wordt ook de hoge drempelwaarde overschreden, dan is een bedrijf een hogedrempelinrichting en gelden zwaardere eisen. Naast de verplichtingen voor lagedrempelinrichtingen moet dit type bedrijf ookeen veiligheidsrapport opstellen waarin risico’s, scenario’s en beheersmaatregelen zijn onderbouwd. Inspecties vinden vaker plaats, afhankelijk van de risico’s kan dit jaarlijks of meermaals per jaar zijn.
Welke Seveso-categorieën gelden er voor gevaarlijke stoffen?
De Seveso-richtlijn categoriseert gevaarlijke stoffen op basis van het type gevaar dat ze vormen, zoals acute toxiciteit, ontvlambaarheid, explosiegevaar of gevaar voor het aquatisch milieu. Deze gevaarseigenschappen worden op hoofdlijnen onderverdeeld in gevaar voor de gezondheid (zoals toxiciteit), fysische gevaren (zoals ontvlambaarheid en explosie) en milieugevaren (zoals aquatoxiciteit) Voor elke categorie en subcategorie zijn afzonderlijke drempelwaarden vastgelegd, waardoor een relatief kleine hoeveelheid van een zeer gevaarlijke stof al voldoende kan zijn om onder de richtlijn te vallen, terwijl een grotere hoeveelheid van een minder gevaarlijke stof dat niet doet. Hiernaast hebben ook een aantal specifieke stoffen eigen drempelwaarden. Bij aanvragen ontstaat regelmatig discussie over de indeling van mengsels van stoffen, waarbij het bevoegd gezag tot een andere categorie komt dan het bedrijf zelf had berekend. De hoeveelheden met gevaarseigenschappen worden vastgelegd in een zgn. kennisgeving en deze kennisgeving wordt vervolgens gebruikt als basis voor een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), waarmee tevens in kaart wordt gebracht hoe groot de risico’s buiten de locatie daadwerkelijk zijn.
Wat zijn de gevolgen als uw bedrijf een Seveso-inrichting is?
Zodra een bedrijf als Seveso-inrichting is aangemerkt, gelden aanvullende verplichtingen die verder gaan dan de reguliere omgevingsvergunning. Deze verplichtingen raken meerdere onderdelen van de bedrijfsvoering, van preventiebeleid tot noodplanning, en vragen om structurele aandacht in plaats van een eenmalige actie.
Verplichtingen bij een lage drempelinrichting
Een lagedrempelinrichting moet een preventiebeleid voor zware ongevallen (PBZO) opstellen en een veiligheidsbeheersysteem (VBS) inrichten waarmee dat beleid wordt uitgevoerd en bewaakt. Dit systeem moet aantoonbaar functioneren en wordt periodiek getoetst door het bevoegd gezag. Dit VBS bevat 7 verplichte onderdelen, zoals identificatie van de gevaren, beheersing van de exploitatie, management of change (MoC), audits en directiebeoordeling.
Verplichtingen bij een hoge drempelinrichting
Een hogedrempelinrichting moet, naast een PBZO en veiligheidsbeheersysteem, een veiligheidsrapport indienen en een intern noodplan hebben dat aansluit op het externe noodplan van de veiligheidsregio. Belangrijk onderdeel hiervan is zijn de installatiescenario’s van de locatie. Ook gelden strengere eisen aan de informatievoorziening richting omwonenden. Een milieurisicoanalyse helpt om de effecten op de omgeving vooraf inzichtelijk te maken, en een gerichte aanpak om een veiligheidsbeheersysteem in te richten ondersteunt bij het structureel naleven van deze verplichtingen.
Hoe weet u zeker of uw bedrijf onder de Seveso-richtlijn valt?
Zekerheid over de Seveso-status van een bedrijf ontstaat pas na een volledige inventarisatie van alle gevaarlijke stoffen op de locatie, inclusief opslag, procesvoorraad en tijdelijke aanwezigheid tijdens onderhoud of productiepieken. Deze hoeveelheden worden per stofcategorie opgeteld en vergeleken met de lage en hoge drempelwaarden uit Bijlage I van de richtlijn. In onze praktijk zien we dat juist bij mengsels van stoffen of tijdelijke voorraden tijdens onderhoud de kans op een onjuiste inschatting het grootst is. Bij twijfelgevallen, bijvoorbeeld bij mengsels van stoffen of bij grensoverschrijdende optelregels, is een gerichte toets of onderzoek de betrouwbaarste manier om de status vast te stellen voordat het bevoegd gezag dat zelf constateert.
Kuiper & Burger adviseert naast Seveso en Brzo ook breed op stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en ruimtelijke ordening. Als huisadviseur denken we vanaf het begin mee over de volledige vergunnings- en veiligheidsopgave van uw bedrijf, niet alleen over een los vraagstuk.
Veelgestelde vragen over de Seveso-richtlijn
Wat gebeurt er als mijn bedrijf net onder de drempelwaarde van de Seveso-richtlijn valt?
Blijft een bedrijf onder de lage drempelwaarde, dan valt het niet onder de Seveso-richtlijn en gelden de specifieke Seveso-verplichtingen niet. Dat betekent niet dat er geen regels gelden, want de reguliere omgevingsvergunning en algemene veiligheidsvoorschriften blijven van toepassing. Bij groei van de voorraad of wijzigingen in het productieproces is het verstandig de berekening periodiek te herhalen, omdat een kleine toename al voldoende kan zijn om alsnog onder de richtlijn te vallen. Veel bedrijven laten deze herberekening daarom periodiek onafhankelijk toetsen in plaats van er zelf van uit te gaan dat de situatie ongewijzigd is gebleven.
Als een bedrijf net onder de lage drempel valt is het nagenoeg zeker dat het bedrijf wel valt onder de aanvullende risicoinventarisatie en evaluatie (ARIE) regeling zoals opgenomen in de ARBOwet.
Moet ik een veiligheidsrapport opstellen als ik een lage drempelinrichting ben?
Nee, een veiligheidsrapport is uitsluitend verplicht voor hogedrempelinrichtingen. Een lagedrempelinrichting moet wel een preventiebeleid voor zware ongevallen opstellen en een veiligheidsbeheersysteem inrichten, maar dit is minder uitgebreid dan het volledige veiligheidsrapport dat voor hogedrempelinrichtingen geldt. Het bevoegd gezag kan bij twijfel over de indeling altijd aanvullende informatie opvragen.
Hoe vaak wordt mijn bedrijf geïnspecteerd als Seveso-inrichting?
De inspectiefrequentie hangt af van het risicoprofiel van het bedrijf en van de vraag of het een lage- of hogedrempelinrichting betreft. Lagedrempelinrichtingen worden doorgaans jaarlijks geïnspecteerd, met een uitloop tot eens per twee jaar bij een lager risicoprofiel. Hogedrempelinrichtingen krijgen vaker een inspectie, soms meerdere keren per jaar, afhankelijk van de risico’s die in het veiligheidsrapport zijn beschreven.
Telt de opslag van gevaarlijke stoffen ook mee in de berekening, of alleen het productieproces?
Beide tellen mee. De drempelwaarden uit de Seveso-richtlijn gelden voor de totale hoeveelheid van een stof die op enig moment maximaal op de locatie aanwezig is of mag zijn, ongeacht of deze stof wordt opgeslagen, verwerkt in het proces of tijdelijk aanwezig is tijdens onderhoud. Een volledige inventarisatie moet daarom alle stromen op de locatie meenemen, niet uitsluitend de voorraad in het magazijn. In de praktijk zien we dat juist deze tijdelijke stromen tijdens onderhoud of productiepieken over het hoofd worden gezien.
Wat is het verschil tussen de Seveso-richtlijn en het Brzo?
De Seveso-richtlijn is de Europese regelgeving, het Brzo (Besluit risico’s zware ongevallen) was de Nederlandse uitwerking daarvan tot 1 januari 2024. Sinds die datum is deze regelgeving opgenomen in de Omgevingswet, waardoor de term Brzo in nieuwe stukken geleidelijk plaatsmaakt voor verwijzingen naar de Omgevingswet en de onderliggende Seveso-verplichtingen. Inhoudelijk zijn de verplichtingen grotendeels hetzelfde gebleven.
Moet ik zelf vaststellen of mijn bedrijf een Seveso-inrichting is, of doet de overheid dat?
De verantwoordelijkheid om vast te stellen of een bedrijf onder de Seveso-richtlijn valt, ligt bij het bedrijf zelf. Het bevoegd gezag controleert deze vaststelling achteraf tijdens vergunningverlening en inspecties, maar treedt niet vooraf op als adviseur. Bij een onjuiste of te late vaststelling loopt een bedrijf het risico op een handhavingstraject, wat een gerichte toets vooraf des te waardevoller maakt. Bij aanvragen ontstaat hierover regelmatig discussie tussen bedrijf en bevoegd gezag, juist wanneer de eigen vaststelling en de latere controle niet overeenkomen.
