CO2 afvangen gunstiger dan afkopen?

Hoewel reductie van CO2-emissie aan de bron het meest gewenst is, kan afvangen van CO2 soms het meest passend zijn. Zo hoort CO2 afvangen toch helemaal bij het klimaatbeleid. Dit beleid wijst de uitstoot van CO2 aan als grote veroorzaker van global warming. CO2 afvangen is niet nieuw, maar Europese regels geven de urgentie aan door CO2 te beprijzen. En waar sommige industrietakken eerder een vrijstelling hadden, breiden de regels zich nu ook daarnaar uit.

Meerdere klanten van Kuiper & Burger denken na over of zijn bezig met de afvang van CO2. De techniek bestaat en kost geld, maar subsidie stimuleert de toepassing ervan. Een amineoplossing is één van de mogelijkheden om CO2 te scheiden. In Nederland is er bijvoorbeeld bij de afvalverbranders nu één installatie met een eerste generatie amineoplossing en één installatie met een tweede generatie amineoplossing in gebruik genomen. En meer initiatieven zijn gestart.

Membraanscheiding

Een andere manier van afvangen, is via een membraanscheiding. In principe is dit een betere oplossing, omdat hiervoor geen amineoplossing nodig is. Er is met name druk nodig. En de scheiding met een membraan is alleen succesvol als de gasstroom zodanig is dat CO2 specifiek door het membraan kan worden afgescheiden. Wij merken de interesse bij klanten om ook deze techniek goed te overwegen.

De uitdaging is slim na te denken over het gebruik van de afgevangen CO2. Kan het bijvoorbeeld de fossiele CO2 vervangen? Glastuinbouw heeft voor de groei van planten de CO2 nodig en kan hiervoor afgevangen CO2 gebruiken. Behalve in de winter als er toch gestookt moet worden en door het stoken met bijvoorbeeld aardgas meteen CO2 beschikbaar is.

Concrete plannen zijn in uitvoering om CO2 op te slaan in gasvelden in de Noordzee en de CO2 op deze manier uit het systeem te halen. Maar ook kan gedacht worden aan de omzetting van biogeen CO2 naar bijvoorbeeld biomethanol. Deze basis chemicalie wordt in heel veel industriële processen gebruikt.

Meer weten?

Voor de afvang van CO2 is een vergunning nodig. Wij begeleiden klanten die hiermee bezig zijn in het proces. Wij kennen de bedrijfsprocessen en begrijpen wat er komt kijken bij het afvangen. Wij weten waarop opdrachtgevers moeten letten bij het aanvragen van de vergunning. Ook maken wij de milieueffectrapportage (MER) die de vergunningaanvraag kan ondersteunen.

Meer weten? Neem contact op met Marco van de Pavoordt.

Vermijdings- en ReductieProgramma van zeer zorgwekkende stoffen staat voor de deur

Werkt uw bedrijf met zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)? Dan moet u één keer in de vijf jaar de aanwezigheid van deze stoffen inventariseren. De overheid heeft een minimalisatieverplichting opgelegd en controleert elke vijf jaar de voortgang. Het zou zomaar kunnen zijn dat u in deze periode een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) moet aanleveren. Kuiper & Burger weet wat hiervoor nodig is.

De wetgeving wil dat de industrie de zeer zorgwekkende stoffen in principe terugbrengt tot nul. Daarbij wordt niet gekeken naar de concentratie van deze stoffen, maar naar de aanwezigheid ervan. Dus ook de beschikbaarheid van heel kleine hoeveelheden valt onder deze eis. De vijfjaarlijkse inventarisatie moet duidelijk maken welke stoffen u heeft, waar ze vandaan komen, waar ze naartoe gaan, of ze te vermijden of te vervangen zijn en wat gedaan wordt aan reductie van wat toch nodig is.

Werkbaar VRP

Kuiper & Burger maakt van het vermijdings- en reductieprogramma geen invuloefening. Uiteraard begeleiden onze adviseurs in het voldoen aan de eisen. Maar het is ook belangrijk te kijken of het werkbaar is. Het moet in een tempo gaan dat realistisch is. In brainstormsessies kijken we samen naar de mogelijkheden tot reductie en nemen daarin de technische en financiële haalbaarheid mee. Het is goed om stappen te zetten, maar dan op een slimme manier.

Meer weten? Neem contact op met Katia Zahwi.

Lucht-waterwarmtepompen als energieoplossing voor collectieve warmtenetten

Een lucht-waterwarmtepomp is een goede oplossing voor een duurzaam collectief warmtenet. Via een hoogdrukcircuit wordt warmte uit de buitenlucht gehaald en doorgegeven aan het water in het warmtenet. Dit vraagt weinig energie, maar levert veel warmte op waarmee woningen op een betrouwbare manier van warmte worden voorzien. Kuiper & Burger begeleidde het vergunningstraject van een lucht-waterwarmtepomp voor een collectief warmtenet en ziet de vraag naar vergelijkbare inpassingen van groene energie groeien.

De energietransitie in Nederland is in volle gang. Er wordt veel geïnvesteerd en ontwikkeld voor duurzame energie. Hiervoor is ook vaak overheidssteun beschikbaar in de vorm van duurzame subsidies. Aan zonneparken en windmolens als energie-opwekkers zijn we inmiddels gewend, maar ze zijn niet altijd geschikt voor plaatsing in de buurt van een woonwijk. Een lucht-waterwarmtepomp kan een compacte oplossing zijn voor de aanvoer van warmte naar een collectief warmtenet.

Uitdagende opgave

Toen Kuiper & Burger bij de toepassing betrokken raakte, was er nog geen definitief ontwerp van de lucht-waterwarmtepomp. Tegelijk was er haast om snel een vergunning te krijgen, zodat nog met de SDE++ subsidieronde meegedaan kon worden. Er moest veel gebeuren, het ging namelijk om een milieubelastende activiteit en een afwijking van het geldende omgevingsplan. Ook was er aandacht voor milieuaspecten, zoals geluid en flora en fauna, en werd hier in het ontwerp rekening mee gehouden.

Wekelijkse afstemming met de gemeente zorgde voor een vergunning binnen zes maanden, op tijd voor het project om mee te doen met de subsidieronde. De gemeenteraad stemde unaniem in met plaatsing van de toepassing en de connectie met het warmtenet. Dit was alleen mogelijk door een intensieve afstemming tussen de verschillende partners en met lokale bewoners, en een goede evaluatie van de mogelijke opties voor het ontwerp.

Inspiratie

De vergunde lucht-waterwarmtepomp draagt bij aan de levering van duurzame energie aan maar liefst 1.500 huishoudens. Het succes van dit adviestraject biedt inspiratie voor verduurzaming van andere collectieve warmtenetten die ook een lucht-waterwarmtepomp als bron zouden kunnen gebruiken. Zo draagt dit project bij aan verdere invulling van energietransitie in Nederland.

Meer weten?

Kuiper & Burger heeft ervaring met verduurzamingsoplossingen op elke schaal. Van een goed ingepaste luchtwaterwarmtepomp naast een woonwijk tot grootschalige warmteopwekking in een afvalenergiecentrale. Meer weten? Neem contact op met Åsa Norrthon, senior-adviseur.

Het Integraal PRTR verslag

Het is weer de tijd van het jaar en zover ze nog niet binnen zijn zullen de brieven over het integraal PRTR verslag binnenkort weer binnen komen.

Maar, waarom krijgt u deze brief? Moet u eigenlijk wel rapporteren? En zo ja, wat moet er dan precies gerapporteerd worden? Dit zijn in onze ervaring de meest voorkomende vragen die bij bedrijven naar boven komen die een dergelijke brief ontvangen. Dit zijn de meest gestelde vragen die wij horen van bedrijven die zo’n brief ontvangen. Minder vaak gesteld, maar zeker relevant: wat als u geen brief heeft gekregen, maar toch moet rapporteren?

Wat is het Integraal PRTR verslag?

Het Integraal PRTR verslag is een jaarlijkse milieurapportage, waarin aangewezen bedrijven dienen te rapporteren over bijvoorbeeld afval, energie- en watergebruik en emissies naar lucht, water en bodem. Het PRTR verslag dient jaarlijks voor 1 april te worden ingediend.

Voor welke bedrijven geldt het PRTR verslag?

Welke bedrijven verplicht zijn een dergelijk verslag op te stellen vloeit voort uit de Europese Verordening (EG) nr. 166/2006 “betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen”. Afgeleid van de Engelse benaming “Pollutant Release and Transfer Register” wordt dit ook wel de PRTR-verordening genoemd.

In Nederland is middels wet- en regelgeving een nadere invulling gegeven aan de rapportageverplichtingen, waaronder het verplichte gebruik van de e-MJV (elektronisch milieujaarverslag) module voor het indienen van het verslag.

Hoewel er de nodige uitzonderingen en aanvullingen zijn, kan globaal gesteld worden dat de kans groot is dat u een PRTR verslag op dient te stellen indien binnen uw bedrijf een ippc-installatie aanwezig is. Voor aangewezen bedrijven geldt hoe dan ook de rapportage plicht, ook al heeft u geen brief ontvangen om het PRTR verslag in te dienen.

Ik ben geen aangewezen bedrijf en toch moet ik rapporteren?

Behalve het PRTR verslag kan het zijn dat u, vanwege aanwijzingen in het Besluit activiteiten leefomgeving, verplicht bent om te rapporteren over zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Dit zijn in grote lijnen stoffen (aangetoond) kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn.

Er dient iedere 5 jaar gerapporteerd te worden over de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water worden geëmitteerd en de mogelijkheden om de emissies van ZZS te voorkomen of te beperken.

Voor de rapportage over de emissie is het ook verplicht de e-MJV module te gebruiken. Een aantal belangrijke verschillen met het PRTR verslag zijn dat de er geen algemene indieningsdatum (voor 1 april) geldt en dat ook de drempelwaarden die vanuit de PRTR verordening niet van toepassing zijn.

Als u niet verplicht bent om een PRTR verslag in te dienen, maar wel moet rapporteren over ZZS, kan het zijn dat u geen brief ontvangen heeft. Er wordt van bedrijven verwacht dat zij op dat moment zelf een account aanvragen om de ZZS rapportage in te dienen.

Ik moet rapporteren, hoe nu verder?

Als uw bedrijf is aangewezen om te rapporten betekent dat nog niet per definitie dat er ook daadwerkelijk een verslag moet worden opgesteld en ingediend. Voor de diverse onderdelen waar over gerapporteerd dient te worden zijn drempelwaarden gesteld, waarboven gerapporteerd moet worden. Toetsing aan deze drempelwaarden dient per verslagjaar plaats te vinden. Hierdoor kan het zijn dat u het ene jaar wel en het andere jaar niet (over een bepaald onderdeel) hoeft te rapporteren.

Bedrijven die onder de PRTR verordening vallen zijn verplicht een Meet- en Registratiesysteem (MRS) te hebben waaruit de voor de rapportage benodigde informatie gehaald kan worden. In de praktijk blijkt echter dat bedrijven op verschillende wijze invulling geven aan dit MRS en is het niet eenvoudig gebleken om tijdig alle noodzakelijke informatie te verzamelen. Als deze informatie snel beschikbaar is, kan ook snel beoordeeld worden of er überhaupt gerapporteerd dient te worden en welke eventuele aanvullend informatie noodzakelijk is om het verslag op te stellen en in te dienen.

Verslag in ingediend, wat staat ons nu te wachten?

Na indiening van het verslag beoordeelt het bevoegd gezag de ingevoerde gegevens op volledigheid, juistheid en consistentie. Deze beoordeling moet voor 30 juni van het betreffende jaar zijn afgerond en kan leiden tot akkoord op de rapportage of aanvullende vragen. Deze termijn kan door het bevoegd gezag verlengd worden tot uiterlijk 30 september. Uiterlijk op 30 september dient het bevoegd gezag de gegevens aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat te sturen.

Hulp nodig met de verslagen?

Wij ondersteunen bedrijven bij het verzamelen van informatie, het beoordelen of rapportage nodig is en bij het invullen en indienen van de e-MJV module. U bepaalt zelf welke mate van ondersteuning u wenst: van advies op één onderdeel tot het volledig uitbesteden van het verslag. Ook bij het opstellen van ondersteunende documenten, zoals een Oplosmiddelenbalans of reductieprogramma, kunnen wij helpen.

Heeft u vragen of wilt u ondersteuning bij het Integraal PRTR verslag of andere rapportages via de e-MJV module? Neem contact op via info@kuiperburger.nl  of bel 085-044 26 00. We helpen u graag!

 

Een natuurvergunning krijgen, hoe staat het er nu mee?

Op 18 december 2024 deed de Raad van State uitspraak in de zaken over Rendac en de Amercentrale. De Raad van State gaf aan dat intern salderen toch vergunningplichtig is. Dat heeft nogal wat gevolgen.

Intern salderen?

Intern salderen is een proces waarbij een toename van stikstofemissie door een nieuwe of veranderde activiteit gecompenseerd wordt door een reductie van stikstofemissie bij een andere activiteit binnen de eigen locatie.

Door de uitspraak van de Raad van State moet nu echter eerst het effect van de verandering – de nieuwe of veranderde activiteit – op zichzelf worden bepaald. Alleen als daaruit blijkt dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten, is geen natuurvergunning nodig. Als dat niet kan worden uitgesloten, is een vergunning nodig en daarbij hoort een passende beoordeling.

Passende beoordeling

Passende beoordelingen kregen in het geval van intern salderen een andere insteek. Voorheen werd in een passende beoordeling altijd gekeken naar een toename van een effect op het natuurgebied. Ook werd beoordeeld of deze toename kan leiden tot significant negatieve effecten. Bij (zeer) kleine toenames werd ecologisch onderbouwd dat deze geen significant effect hadden. In dat geval werd beoordeeld hoe die effecten te mitigeren of compenseren waren met maatregelen buiten de eigen locatie (zoals extra maatregelen in natuurgebieden, bijvoorbeeld plaggen of aanleg van extra natuur).

Vaak heeft stikstofdepositie als enige invloed op een natuurgebied. Andere factoren zoals geluid, water en licht hebben meestal geen effect, bijvoorbeeld omdat het natuurgebied te ver weg ligt.

In de nieuwe situatie kan intern salderen ook zo’n mitigerende maatregel zijn, waardoor er in feite geen toename van effect meer is. In deze situatie is de passende beoordeling niet meer vooral een ecologische beoordeling van een extra effect. Het gaat juist om de onderbouwing van intern salderen en wat daarvan het gevolg is. Is intern salderen daarmee eigenlijk hetzelfde gebleven, maar dan via een vergunning? Het antwoord hierop is nee. Er moet nu namelijk rekening gehouden worden met de additionaliteitsvereiste.

Additionaliteit

Bij het verlenen van de natuurvergunning moet het bevoegd gezag de kwaliteit van de betrokken natuurgebieden beschouwen. Met de bedoeling te beoordelen of de reductie van stikstofemissie niet primair moet worden ingezet om de kwaliteit van het natuurgebied te verbeteren. Als dat zo is, blijft er vervolgens geen reductie van stikstofemissie meer over om de toename van stikstofemissie door de nieuwe/veranderde activiteit te compenseren. Er zijn meerdere Natura2000-gebieden waar de kwaliteit van bepaalde stikstofgevoelige habitats (zeer) slecht is. Een bekend voorbeeld hiervan is de Veluwe. Op dit additionaliteitsvereiste zijn al meerdere vergunningen bij de rechter gesneuveld.

Provinciaal beleid

Provincies zijn (mede) om deze reden druk bezig met het opstellen van beleid voor intern salderen. Op dit moment heeft alleen de provincie Gelderland beleid vastgesteld. Naar verwachting volgen andere provincies snel, waarbij ze ongetwijfeld goed naar het beleid van Gelderland kijken. Een belangrijk punt in dit beleid is dat, in navolging van extern salderen, maar een deel van de reductie van stikstofemissie mag worden gebruikt voor saldering. Ook stelt de provincie voorwaarden aan de activiteit die wordt ingezet als stikstofreductie. De bedoeling is uiteraard dat dit beleid garandeert dat de kwaliteit van de natuur daadwerkelijk voldoende verbetert. En dat daarmee invulling wordt gegeven aan het additionaliteitsvereiste.

Hoe verder?

Er zijn op dit moment veelvuldig uitspraken van rechtbanken en de Raad van State over natuurvergunningen. Die geven enerzijds wat meer invulling aan eerdere uitspraken, maar kunnen ook wel verrassend zijn. Bijvoorbeeld: hoe ver reikt “het project” en wanneer is er nog sprake van intern salderen. Ook wordt beleid van de andere provincies verwacht. Overkoepelend is het verkrijgen van een natuurtoestemming complexer geworden en ook onzekerder. Dit zal nog wel even aanhouden. Dat wil echter niet zeggen dat gewenste bedrijfsontwikkelingen per definitie onmogelijk zijn.

Meer informatie

Als u hierover meer wilt weten of als u een bedrijfsontwikkeling wenst, neemt u dan contact op met mij of een van mijn collega’s, bijvoorbeeld via m.vdpavoordt@kuiperburger.nl of info@kuiperburger.nl.

Marco van de Pavoordt, senior adviseur

Stikstof: referentiesituatie & passende beoordeling

Sinds de uitspraak van de Raad van State in december 2024 zijn veel bedrijven vergunningplichtig geworden vanwege het toepassen van interne saldering. Dit geldt ook voor bedrijven die dit in het afgelopen jaar hebben gedaan of dit nog willen doen. Kuiper & Burger biedt uitgebreide ondersteuning bij het aanvragen van deze vergunningen en het opstellen van de benodigde passende beoordelingen.

Wat is interne saldering?

Interne saldering is een proces waarbij bedrijven de stikstofemissies van hun activiteiten compenseren door stikstofreducties binnen hun eigen bedrijfsvoering. Dit kan bijvoorbeeld door het verminderen van de uitstoot bij andere onderdelen van het bedrijf of door het treffen van maatregelen die leiden tot minder stikstofdepositie. Dit kan een manier zijn om te voldoen aan de strikte stikstofnormen en toch uitbreidingsmogelijkheden te behouden. Echter, door de uitspraak van de Raad van State kan interne saldering niet meer zonder een gedegen vergunningaanvraag met een passende beoordeling plaatsvinden.

Onze diensten

  • Bepaling van de referentiesituatie: Wij helpen bij het vaststellen van de referentiesituatie, wat essentieel is voor het bepalen van de stikstofdepositie. Dit kan gebaseerd zijn op de bestaande natuurvergunning of, indien deze ontbreekt, op de milieutoestemming die gold op de referentiedatum.
  • Uitvoering van AERIUS-berekeningen: De voortoets stikstof is een eerste beoordeling die wordt uitgevoerd om te bepalen of een plan of project met stikstofuitstoot significante negatieve effecten op kwetsbare natuur kan uitsluiten. Met de AERIUS Calculator berekenen wij de stikstofdepositie van uw activiteiten. Deze tool is cruciaal voor het uitvoeren van de Voortoets Stikstof en het identificeren van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden.
  • Opstellen van de passende beoordeling: Wanneer uit de voortoets blijkt dat er significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen zijn, kunnen wij een passende beoordeling opstellen. Hierin evalueren we de gevolgen van uw project en onderzoeken we mogelijke mitigerende maatregelen, zoals interne of externe saldering.
  • Vergunningaanvraag en begeleiding: Wij begeleiden u bij het gehele vergunningproces, inclusief het indienen van de aanvraag en het verstrekken van alle benodigde documentatie en bewijsstukken.

Waarom Kuiper & Burger

Kuiper & Burger staat klaar om u te ondersteunen bij het navigeren door de complexe regelgeving rondom stikstofdepositie. Onze expertise in het bepalen van de referentiesituatie, het uitvoeren van AERIUS-berekeningen en het opstellen van passende beoordelingen zorgt voor een soepel vergunningverleningsproces.

Neem contact met ons op voor meer informatie of om een afspraak te maken.

Omgevingswet en de milieubelastende activiteit

De inwerkingtreding van de Omgevingswet sinds 1  januari 2024 heeft grote gevolgen voor de regelgeving voor milieubelastende activiteiten. In veel gevallen is de vergunningsplicht vervallen en soms gaan er ook andere milieueisen gelden. Wat zeker is, is dat de eisen niet meer terug te vinden zijn in de vertrouwde regelgeving, zoals het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Weet jij al hoe je erachter komt welke milieuregels er gelden voor jouw bedrijf?

In het nieuwe Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan de rijksregels voor milieubelastende activiteiten. Veel van de milieueisen van het Activiteitenbesluit zijn terug te vinden in het Bal, maar er zijn ook regels die zijn opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente.

Hoewel het Bal deels als een vertaling van het Activiteitenbesluit kan worden gezien, is de opbouw van beide besluiten anders en zal het werken met het Bal even wennen zijn. Er is ook geen garantie dat de eisen die voor een activiteit van toepassing zijn, ongewijzigd zijn overgenomen in het Bal. In enkele gevallen is van de gelegenheid gebruik gemaakt om wijzigingen door te voeren.

Al met al kan het een hele zoektocht worden om erachter te komen welke milieuvoorschriften er voor jouw bedrijf nog van toepassing zijn en of je nog compliant bent. Wij kunnen je uiteraard hierbij helpen. Daarnaast hebben wij een masterclass voorbereid, waarin wij jou op de weg helpen om zelf je weg te vinden in het Bal en het omgevingsplan.

Volg onze Masterclass

Kuiper & Burger geeft regelmatig kennissessies of een masterclass waarbij wij dieper ingaan op een thema. In de masterclass Omgevingswet en de milieubelastende activiteit gaan wij in op de opbouw van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de in het omgevingsplan opgenomen milieueisen. De masterclass begint met een theoretisch deel, waarin we deels aan de hand van voorbeelden uitleggen hoe je achterhaalt of een activiteit meldings- of vergunningplichtig is en welke inhoudelijke milieueisen er gelden. Als deelnemer ga je daarna zelf aan de slag met korte oefeningen en er is ook ruimte om vragen te stellen over de eigen situatie.

De volgende masterclass met het thema Omgevingswet en de milieubelastende activiteit is donderdag 2 mei 2024. Inschrijven voor deze masterclass.

Wanneer en waar:
Donderdag 2 mei 2024 van 13.30 tot 16.30 uur
Kuiper & Burger/DGMR, Casuariestraat 5, 2511 VB Den Haag

Kosten: € 195.-

Groepsgrootte: 4 tot 12 personen

Incompany-training

Wij kunnen deze masterclass ook als incompany-training geven. Neem bij interesse contact op met Åsa Norrthon, a.norrthon@kuiperburger.nl of telefonisch 085 044 26 00.

 

Åsa Norrthon

Stikstofdepositie

Wilt u uw bedrijf uitbreiden? Of bent u bezig met nieuwe ontwikkelingen? Denk ook aan de gevolgen voor Natura 2000-gebieden en de grenswaarde van de stikstofdepositie.

Wat is stikstofdepositie en wat zijn de gevolgen voor Natura-2000 gebieden?

Stikstofdepositie is het neerslaan van stikstof op de bodem en in het water. Wanneer u plannen heeft voor een uitbreiding of nieuwe ontwikkelingen binnen uw bedrijf is het belangrijk om aan te kunnen tonen hoeveel stikstof, in de vorm van NOx of NH3, uw bedrijf extra gaat uitstoten. De gevolgen voor nabijgelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) moeten ook in kaart worden gebracht.

Het berekenen van de stikstofdepositie

Het berekenen van de immissie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden gebeurt met het programma AERIUS Calculator.

Als uit de berekening blijkt dat binnen een Natura 2000-gebied de jaarlijkse neerslag van stikstofverbindingen nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha kan de ontwikkeling zonder meer doorgang vinden.

Helaas blijkt dit vaak niet het geval. Extra verkeer van en naar het bedrijf, nieuw materieel (kraan, shovel, etc.) of een installatie met een verbrandingsmotor heeft al snel invloed op de hoeveelheden stikstofemissie van het bedrijf en daarmee de waarde van de stikstofdepositie.

De drempelwaarde van de stikstofdepositie

Een depositie (neerslag) van 0,01 mol/ha/jaar of meer betekent niet (zonder meer) dat het voorgenomen plan niet door kan gaan. Er zal een ‘passende beoordeling’ moeten worden gedaan om aan te tonen dat er geen ‘significante gevolgen’ zijn voor het natuurgebied of er moet gezocht worden naar alternatieve oplossingen om de uitbreiding met minder emissie toch te kunnen realiseren.

U kunt ook stikstofrechten vrij maken door te stoppen met een andere activiteit. Dit heet intern salderen.

Extern salderen kan ook. In dat geval worden stikstofrechten gekocht van een ander bedrijf. Uiteraard gelden er voorwaarden waar u aan moet voldoen, wilt u hier gebruik van maken.

Voor veel bedrijven is de stikstofdepositie complexe materie waar zij zelden mee te maken krijgen. Wij helpen graag bij zowel het berekenen van de stikstofdepositie, als bij het vinden van mogelijkheden om de ontwikkeling toch door te laten gaan. Neem contact met ons op.

Verscherpt toezicht: wat het betekent en hoe u regie houdt

Iedereen heeft wel eens gehoord van een zorginstelling die onder verscherpt toezicht is geplaatst. Of van een woningcorporatie. Er zijn diverse toezichthouders die bedrijven, verenigingen, stichtingen en instellingen onder verscherpt toezicht kunnen plaatsen. Regelmatig halen dit soort zaken ook het nieuws. Ook in ons vakgebied zijn er toezichthouders die bedrijven onder verscherpt toezicht kunnen plaatsen. Zo kan bijvoorbeeld het Wabo-bevoegd gezag een Brzo-bedrijf onder verscherpt toezicht plaatsen.

Brzo bedrijven

Voor een Brzo-bedrijf (Besluit risico zware ongevallen – de Nederlandse implementatie van de Europese SEVESO-richtlijn), oftewel bedrijven waar significante hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de provincie per definitie bevoegd gezag. De omgevingsdienst is het uitvoerend orgaan van de provincie. Er zijn in Nederland zes omgevingsdiensten die toezicht houden op Brzo bedrijven:

  • OD Groningen voor Groningen, Drenthe en Friesland;
  • OD Regio Nijmegen voor Overijssel en Gelderland;
  • OD Noordzeekanaalgebied voor Noord-Holland, Flevoland en Utrecht;
  • RUD Zuid-Holland en Zeeland voor Zuid-Holland en Zeeland;
  • OD Midden-West Brabant voor Noord-Brabant en RUD Zuid-Limburg voor Limburg.

Deze omgevingsdiensten inspecteren jaarlijks de Brzo-bedrijven (lagedrempelbedrijven kunnen een lagere inspectiefrequentie hebben). De inspectie wordt in principe gedaan door een team van Wabo-bevoegd gezag; iSZW, de Veiligheidsregio en, indien van toepassing, de waterkwaliteitsbeheerder. Als uit inspecties blijkt dat er belangrijke zaken onvoldoende op orde zijn of als er ernstige incidenten zijn geweest, kan door het bevoegd gezag besloten worden het bedrijf onder verscherpt toezicht te stellen.

Onder verscherpt toezicht

Als een bedrijf onder verscherpt toezicht is geplaatst, betekent dit onder andere dat dit bedrijf structureel wordt besproken op het hoogste politieke niveau in de provincie. In een overleg tussen de omgevingsdienst en de verantwoordelijke gedeputeerde van de provincie. Het betekent ook dat de omgevingsdienst maatregelen neemt om er voor te zorgen dat het bedrijf weer veilig wordt. Dit houdt in ieder geval in dat er veel frequenter inspecties zullen zijn, aangekondigd en onaangekondigd. Ook zal handhaving worden gestart, zoals met (extra) lasten onder dwangsom die nauwgezet worden opgevolgd door de omgevingsdienst.

Het bedrijf krijgt daardoor extra druk om te verbeteren die zal resulteren in een forse belasting van de organisatie en mogelijk aanzienlijke extra kosten voor het nemen van maatregelen, het uitvoeren van onderzoeken, inhuren van expertise, etc. Dit moet niet onderschat worden. Ook zal door de omgevingsdienst gevraagd worden om frequent overleg op directieniveau. Dit om de voortgang, ontwikkelingen en zorgen te bespreken.

Meebewegen of verdedigen

Uiteraard heeft het bedrijf de keuze om mee te bewegen of zich juist juridisch te verdedigen. Wanneer uitsluitend juridisch verdedigd wordt, zal de omgevingsdienst zich waarschijnlijk meer zorgen gaan maken. Het gaat hen er om dat een forse verbeterslag wordt gemaakt en bij pure juridische verdediging zal die niet te zien zijn. Aan de andere kant kun je als bedrijf van mening zijn dat het bevoegd gezag onredelijke eisen stelt en is het een goed recht je daartegen te verzetten. Een vorm van evenwicht tussen beiden lijkt dan ook logisch.

Het kan zo maar zijn dat er bij het bedrijf niet alleen technische verbeteringen moeten plaatsvinden, maar ook een echte verandering in werkwijze op moet treden. Hoe kijkt men aan tegen de problematiek? Dit heeft vaak te maken met de bedrijfscultuur. Als dit aan de orde is, kan dit niet eenvoudig worden opgelost.

Het is daarom belangrijk dat het bedrijf een goede strategie kiest hoe om te gaan met het verscherpte toezicht en hoe weer afdoende “in control” te komen. Bij verscherpt toezicht kan het zomaar gebeuren dat het bedrijf de regie kwijtraakt en geleefd wordt door de inspecties en wat daar bij komt kijken. Het bedrijf moet de regie weer terugkrijgen om op gegeven moment weer van het verscherpte toezicht af te komen.

Verscherpt toezicht is niet iets van een paar maanden, maar eerder een traject van minimaal 1 jaar en vaak minimaal 2 jaar. Aan de andere kant, als een bedrijf meerdere jaren onder verscherpt toezicht blijft, is er iets fundamenteels aan de hand dat niet verbeterd wordt. Op dat moment zal de handhaving naar mijn verwachting nog stringenter worden, richting stillegging.

Contact over verscherpt toezicht

Conclusie van bovenstaande is: zorg dat uw bedrijf niet onder verscherpt toezicht komt te staan. Blijf “in control”. Mocht het u toch overkomen neem de juiste acties om onder verscherpt toezicht uit te komen. Wij weten inmiddels hoe met verscherpt toezicht om te gaan, maar vooral ook hoe dit te voorkomen. Neem contact met ons op.

Tijdelijke Natuur en Toekomstige Bedrijvigheid

Samengeknepen billen als op uw braakliggende terrein een quickscan flora en fauna wordt uitgevoerd? Dure beheersmaatregelen nemen om maar te voorkomen dat beschermde plant- en diersoorten zich vestigen? Steeds terugkerende nachtmerries over korenwolven die ontwikkeling van uw bedrijf, woonwijk of weg onmogelijk maken?

Dat hoeft niet

Verassend genoeg kan een melding “Tijdelijke Natuur” uitkomst bieden bij terreinen die tenminste een jaar braak blijven liggen. Dat is niet eens zo’n lange termijn aangezien voorbereiding, vergunningentraject en detailontwerp zo een jaar kunnen duren.

Maar ik wil juist geen natuur! Natuur leidt tot problemen!

Juist niet!

Die plant- en diersoorten vestigen zich toch wel, houden zich nooit aan uw PvA. Onder de nieuwe Wet natuurbescherming vragen de provincies altijd naar een quickscan flora en fauna. En een quickscan is maar beperkt geldig. Dus waarom niet een stukje bedrijfszekerheid inbouwen met “Tijdelijke Natuur”, en uw miljoenen-investering beter beschermen. Ook als uw gebiedsontwikkeling nog 10 jaar op zich laat wachten?

Hoe werkt het?

Voor “Tijdelijke Natuur” is een quickscan flora en fauna nodig. Alle plant- en diersoorten die daarbij gevonden worden moeten worden verplaatst volgens de strenge regels uit de Wet natuurbescherming. Daar zit u ook aan als u niets doet, die plant– en diersoorten zitten er immers al. Maar nu komt het mooie: na  het akkoord op de melding “Tijdelijke Natuur” kan alles wat zich in de periode van 1 tot maximaal 10 jaar vestigt heel veel makkelijker en sneller opgeruimd worden, via de “Gedragscode Tijdelijke Natuur”. Dit met instemming van burgers en natuur- en milieuorganisaties.

Voordelen van “Tijdelijke Natuur” voor gebiedsontwikkelaars:

  • De procedure is zeer kort en niet duur vergeleken met de ontheffingsprocedure in het kader van de Wnb en vraagt weinig voorbereiding;
  • Ieder braakliggend gebied met een andere bestemming dan natuur, in iedere provincie mag meedoen;
  • U bespaart de kosten voor ontheffingen om dier- en plantsoorten weg te halen;
  • U bespaart de kosten voor de verstoring van het terrein;
  • De gedragscode is geaccepteerd door natuur- en milieuorganisaties en de overheid;
  • De periode sluit aan op uw wensen, van minimaal 1 jaar tot maximaal 10;
  • U kunt dus ook mee doen in situaties waarbij u vanuit uw vergunning Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming verplicht bent om binnen 2 jaar uw plannen te realiseren;
  • U hebt er geen omkijken naar: er wordt geen natuurgebied ingericht, er wordt niets onderhouden, de natuur moet zich op eigen kracht vestigen, er zijn geen directe kosten aan verbonden, u bent van de motorcrossers af en het wordt geen recreatieterrein;
  • De ondergrond wordt door begroeiing vastgelegd, dus geen stofverspreiding meer vanaf dat terrein;
  • Een eenvoudige manier van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) die u in uw jaarverslag kunt zetten en waar u in uw voordeel de vruchten van plukt. En dat terwijl de voordelen voor de natuur niet minder groot zijn;
  • U tackelt een bedrijfs- en continuïteitsrisico en vergroot zo uw bedrijfszekerheid;
  • Voor die terreinen die veel “in het oog springen” bij burgers kunnen er beperkte kosten zijn om hen op de hoogte te houden van het doel en de tijdelijkheid. Maar dat kan makkelijk onderdeel zijn van uw jaarlijkse Open Dag en is lang niet altijd nodig;
  • Een bedrijf als Tata Steel ging u voor.

Lijkt dit u interessant?

Kuiper & Burger Advies- en Ingenieursbureau heeft op 14 juni 2018 een inhoudelijke lunch “Tijdelijke Natuur” georganiseerd onder leiding van Susanne Kuijpers van de Milieufederatie Zuid-Holland om haar klanten nog beter op dit vlak te kunnen  helpen. Neem contact met ons op via 085-044 2600, info@kuiperburger.nl of j.verlouw@kuiperburger.nl . Wij kunnen u vrijblijvend informeren en uiteraard is uw provinciale Milieufederatie hier ook toe bereid.

Berichten paginering